Home > Uw pensioen > Nabestaanden- en wezenpensioen

Nabestaanden- en wezenpensioen

WW-uitkering van de overheid
Wanneer u overlijdt, hebben uw partner en/of kinderen mogelijk recht op een uitkering van de overheid. Dat is geregeld via de Algemene weduwen- en wezenwet (AWW). Uw partner moet deze uitkeringen aanvragen bij de Rijksdienst Caribisch Nederland. Deze instantie regelt de AWW namens de overheid. Kijk voor meer informatie op www.rijksdienstcn.com.

Nabestaandenpensioen van het pensioenfonds
Tegelijk met de opbouw van uw ouderdomspensioen bouwt u ook nabestaandenpensioen en wezenpensioen op voor uw nabestaanden. De uitkering van het nabestaanden- en wezenpensioen is gekoppeld aan het ouderdomspensioen dat u had kunnen bereiken als u tot aan de pensioendatum was blijven deelnemen aan de pensioenregeling.

Nabestaandenpensioen

Komt u tijdens uw deelname aan deze pensioenregeling te overlijden en u was getrouwd, dan ontvangt uw partner een levenslange uitkering. Het nabestaandenpensioen voor uw partner is gelijk aan 70% van het te bereiken ouderdomspensioen. Als u uit dienst gaat, is het nabestaandenpensioen 70% van het opgebouwde ouderdomspensioen.

Wezenpensioen

Uw kind(eren) ontvangen bij uw overlijden tot 21 jaar (studenten en gehandicapte kinderen tot 25 jaar) een wezenpensioen zolang zij aan de voorwaarden hiervoor voldoen. Als de wees getrouwd of getrouwd is geweest, bestaat geen recht op wezenpensioen. Uw kind(eren) waar u een onderhoudsplicht voor had of pleegkind(eren) hebben onder voorwaarden ook recht op wezenpensioen.

Het wezenpensioen is 14% van het ouderdomspensioen. Zijn beide ouders overleden, dan is het wezenpensioen 28% van het ouderdomspensioen.